Nieuws

BLOG: De Paraplubak

Kerkzalen kunnen soms een beetje stinken. Het kan er wat muf aanvoelen. Zeker op een zondag wanneer het buiten hard geregend heeft. Gelukkig is er op zo’n dag een vestiaire waar iedereen hun natte jassen, mantels en paraplu’s kunnen hangen. Als je bij ons de kerk binnenstapt, kom je daar direct, in de vestiaire. Daar staan ook vrijwilligers, die je vriendelijk welkom heten. Maar nog voordat je bij het welkomsteam komt, nog voordat je goed en wel binnen bent, kom je eerst nog langs de paraplubak: het rek voor de natte paraplu’s. Hij staat links naast de deur. Als je niet oplet loop je er zo voorbij. Pas als het regent, zul je de paraplubak opmerken. Al die natte paraplu’s zien we liever niet in de kerk. De zaal ruikt er muffig door. Het geeft natte vlekken op het tapijt. Mensen kunnen erover struikelen. Die natte paraplu’s zien we liever niet in de kerk, ze horen in de paraplubak. Soms vraag ik mij wel eens af: wat steken mensen nog meer in die paraplubak? Welke dingen nemen ze ook liever niet de kerk mee binnen? Als het thuis of op school niet zo goed gaat, iemand zit in een geloofdsdip, iemand wordt gepest, nemen mensen die problemen mee de kerk in? Brengen ze die problemen daar bij God of steken ze die liever in de paraplubak?

In de kerk kan er veel druk zijn om de perfecte christen te lijken. De perfecte christen die uit een gelukkig gezin te komt; een gezin waar iedereen evangelisch is; de perfecte christen die dagelijks stille tijd te houden en Bijbelleest; de perfecte tienerchristen die evangeliseert onder vrienden op school; de perfecte christen die altijd naastenliefde betoont, vriendelijk is en nooit eens boos wordt… Al die ideaalbeelden zijn an sich mooie idealen om u voor in te zetten, maar wat doen we met alles wat dat imago van perfecte christen doet wankelen? Laten we het achter in de vestiaire, in de paraplubak? Een voorbeeld: de schattingen zeggen dat er ong. één op de twintig mensen holebi (homo, lesbisch of biseksueel) is. Ook in de kerk, ook in de jeugdclub. Toch hoor je er maar weinig over binnen de evangelische kerken. Laat één van de twintig mensen zo’n deel van zichzelf achter in de paraplubak? Wat vinden we daarvan? Gemiddeld heeft één op tien mensen een eetstoornis. Is er openheid om dat te bespreken in je jeugdgroep, of rust er taboe op?   

Als christenen mogen we ons juist gered weten. We zijn door God aanvaard en dat is pure genade. Niets dat we ooit gedaan hebben en niets dat we ooit gaan doen, kan daar iets aan veranderen. Als we leven uit die genade, moet er dan nog druk zijn om de perfecte christen te lijken, om dus goed genoeg te zijn? Neen! De omarming van God de Vader geeft juist ruimte, het geeft vrijheid. Vrijheid om niets in de paraplubak achter te laten, maar ín de kerk, juist in de kerk, jezelf te kunnen zijn. Mét alle moeilijkheden en tekorten die we hebben, die erbij horen omdat we mens zijn. Bovendien, als wij onszelf zijn, al onze eigenaardigheden inclusief,  geven wij daarmee een eerbetoon aan God. Hij heeft ons immers gemaakt! En natuurlijk, wij zijn niet perfect, maar dat neemt niet weg dat er in een ieder van ons een stukje God zit. In ieder van ons! We zijn Gods beelddragers. Ook als we door moeilijkheden gaan, ook als er thuis problemen zijn, als we moeilijkheden op school hebben, als we in een geloofsdip zitten, als we onzeker zijn over onszelf of ons uiterlijk, als we holebi zijn. Als wij werkelijk onszelf zijn, kunnen we dat stukje God in ons tonen aan de mensen om ons heen. Op die manier krijgen onze ouders, broers, zussen en vrienden allemaal iets te zien van God, tot Zijn eer! Hoe mooi!


Teus Vermeer
Student aan de Evangelische Theologische Faculteit (ETF) Leuven

Geef een reactie